Huwelijksvermogensrecht

Huwelijksvermogensrecht: nieuwe regels per 2018

Wist u dat we nog maar sinds 1838 zoiets als ‘huwelijksvermogensrecht’ kennen? Sindsdien is wettelijk vastgelegd dat een huwelijk ‘in gemeenschap van goederen’ gesloten wordt.  Tot 1957 gold zelfs het uitganspunt dat de vrouw ‘handelingsonbekwaam’ was en de man het ‘hoofd der echtvereniging’. Huwelijkse voorwaarden konden vastgelegd worden voorafgaand het huwelijk, daarna viel er niets meer te wijzigen. Vanaf 1957 kon voor het eerst een huwelijk in gemeenschap van goederen ook na de huwelijksvoltrekking omgezet worden in een verbintenis op huwelijkse voorwaarden. De handelingsonbekwaamheid had overigens alleen betrekking op getrouwde vrouwen.

Sinds 2003 kwam de huidige praktijk, waarin iedereen in principe trouwt in gemeenschap van goederen, steeds meer ter discussie te staan. Het resulteerde in de nieuwe wet 'Beperking wettelijke gemeenschap van goederen', waarin vastgelegd is dat het 'voorhuwelijkse' vermogen van beide partners ook na de datum van het huwelijk buiten de gemeenschap van goederen valt. Globaal samengevat gelden vanaf 1 januari de volgende uitgangspunten:

  • Tijdens het huwelijk verkregen vermogen (en voorhuwelijks gezamenlijk vermogen) valt in de gemeenschap (behoudens erfenissen en schenkingen).
  • Voorhuwelijks vermogen blijft privé (behalve voorhuwelijks gemeenschappelijk vermogen).
  • Erfenissen en schenkingen blijven ook privé.

Ofwel, vanaf de datum van huwelijkssluiting is sprake van drie vermogens: het afzonderlijke voorhuwelijkse vermogen van beide partners en het huwelijk dat na de huwelijkssluiting wordt opgebouwd.

Ik vind het op zichzelf een goede keuze om de niet meer als vanzelfsprekend te trouwen in volledige gemeenschap van goederen. In de praktijk heb ik vaak genoeg de nadelen ervan gezien. Het zou niet de eerste keer zijn dat één van beide partners onevenredig veel geld ‘meeneemt’ in het huwelijk en na echtscheiding ziet gebeuren dat het ‘eerlijk’ verdeeld wordt. Fiftyfifty dus. Maar hoe eerlijk voelt dat voor de partner die voor het huwelijk het meeste vermogen had? En wat te denken van schulden die de ene partner maakt en waarvoor de ander ook na scheiding moet opdraaien?

Toch wijs ik ook op de complicaties van de nieuwe wetgeving. Het vastleggen van het eigen vermogen van beide partners, voor het huwelijk, is in de nieuwe wetgeving niet verplicht. Essentieel is dus voor echtelieden-in-spe dat ze, naast het regelen van de mooiste dag van hun leven, ook moeten vastleggen welke activa en passiva ze zelf hebben. Voor het geval dat…Dat voelt niet echt romantisch, denkt u wel?

Daar komt nog bij: in theorie zou je ook na de huwelijkssluiting steeds moeten registreren welke aankoop van wiens ‘voorhuwelijks’ vermogen gedaan wordt. Zodat het bij een onverhoopte scheiding duidelijk is wat van wie is. Ook dat lijkt me een onmogelijke taak voor een getrouwd stel. En het uitzoekwerk bij een scheiding is voor de advocaat net zo onmogelijk.

Voorlopig speelt het probleem overigens nog niet. De wetgeving zal vanaf 1 januari 2018 van toepassing zijn voor echtparen die na deze datum in het huwelijk treden. Tenzij ze binnen de kortste keren scheiden, zullen we niet gelijk met ingewikkelde vraagstukken zitten rondom het huwelijksvermogen. De keerzijde is: we zullen nog tot in lengte van jaren te maken krijgen met twee parallelle regelingen. Voor wie over twintig jaar een scheiding aanvraagt en op 31 december 2017 trouwde, geldt een andere benadering dan voor het stelletje dat exact één dag later trouwde.

mr. N.P. (Natasja) Barské-Gelling
• www.bvd-advocaten.nl