Fiscalisten over Prinsjesdag voor DGA

 

De aangekondigde beperking van de verliesverrekening in de VPB vindt Heithuis eveneens verrassend. Het kabinet wil de voorwaartse verliesverrekening in de VPB, die nu in tijd beperkt is tot zes jaar, per 1 januari 2022 verruimen naar onbeperkt in tijd. Tegenover die verruiming staat ook een beperking: verliezen (zowel voorwaarts als achterwaarts) zijn nog slechts tot een bedrag van € 1 miljoen aan belastbare winst volledig verrekenbaar en bij een hogere winst slechts tot 50%.

“Beperking (en verruiming in tijd) van de verliesverrekening is een van de aanbevelingen van de Adviescommissie belastingheffing van multinationals (Commissie Ter Haar),” geeft Heithuis aan. “Ik had niet verwacht dat het kabinet dit voorstel zou overnemen. Sinds 2019 is de voorwaartse verliesverrekening in de VPB versoberd van negen naar zes jaar. Nu, amper twee jaar later, alweer morrelen aan de verliesverrekening geeft onrust. Daarom had ik deze beperking nog niet verwacht. En de vraag is ook of dit nog gevolgen gaat krijgen voor de verrekening van aanmerkelijkbelangverliezen in box 2 in de IB, want die lopen op dit punt altijd mee met het VPB-regime.”

Alles behalve chique
Onder de noemer ‘maatregel die niet door de beugel kan’ noemt Smit het schrappen van de reeds wettelijk voorziene verlaging van het hoge VPB-tarief van 25% naar 21,7% per 1 januari 2021. “Dat het hoge VPB-tarief volgend jaar 25% blijft mag wellicht logisch zijn gezien alle steunmaatregelen vanwege de coronacrisis, maar ik krijg er toch een ongemakkelijk gevoel bij nu het bedrijfsleven voor die beloofde verlaging al wel de rekening betaalt. Denk maar aan het handhaven van de dividendbelasting en de beperking van de afschrijving in de VPB voor een gebouw in eigen gebruik tot aan 100% van de WOZ-waarde. Dat de wetgever nu een streep zet door die beloofde verlaging van het hoge VPB-tarief, vind ik niet chique.”

“De wetgever hoort in het verlengde hiervan ook een streep te zetten door de wettelijke verhoging van het box 2-tarief naar 26,9% per 2021,” vult Heithuis aan. “Dat zou consequent zijn. De stijging van het aanmerkelijkbelangtarief is destijds gemotiveerd door de daling van het algemene VPB-tarief. Nu dit laatste niet doorgaat, hoort de box 2-tariefstijging ook niet door te gaan. Overigens betekent dit niet-doorgaan van de verlaging van het algemene VPB-tarief, tevens dat het tarief van de nieuwe conditionele bronbelasting op rente en royalty’s, die vanaf 2021 gaat gelden, ook 25% zal bedragen.”

Het lage VPB-tarief gaat wel, zoals beloofd, volgend jaar verder omlaag naar 15%. Bovendien verhoogt het kabinet in twee stappen de tariefschijf van € 200.000 naar € 245.000 in 2021 en naar bijna € 400.000 in 2022. Dit was voor Heithuis volstrekt verrassend. “Het gat tussen het lage en hoge VPB-tarief wordt dus netto € 40.000 per jaar. Dat is voor veel MKB-ondernemers veel geld. Effect hiervan zal zijn dat de fiscale eenheid minder aantrekkelijk zal worden. Als het kabinet zo doorgaat, hoeft dat nieuw fiscale-eenheidsregime er ook niet meer te komen.”

Stupide
Voor Heithuis staat buiten kijf dat de voorgestelde aanpassingen in de overdrachtsbelasting niet door de beugel kunnen. Hij noemt het de meest stupide maatregel die je kunt bedenken. “In de onderzoeksrapporten van Dialogic is een vrijstelling voor starters in de overdrachtsbelasting en een verhoging van 6% naar 8% voor beleggers, volledig afgebrand. Ook de Raad van State uit terechte kritiek op deze plannen. Het bereikt de groep niet die het moet bereiken. De woningmarkt is al jaren een verkopersmarkt. Het is dus de verkoper die de sterkste onderhandelingspositie heeft en die zal de startersvrijstelling gewoon verdisconteren in de verkoopprijs. Starters zullen dus meer moeten betalen voor dezelfde woning."

"En ook de verhoging van de overdrachtsbelasting van 6% naar 8% voor beleggers in vastgoed zal geen zoden aan de dijk zetten," vervolgt Heithuis, "nu beleggers die verhoging zullen verdisconteren in de huurprijs. Eind van het liedje is dat de huren vooral voor vrije sectorwoningen gaan stijgen. De Raad van State wijst hier terecht op. Onbegrijpelijk dat het kabinet niets met deze kritiek doet. Het lijkt er daarom veel op dat dit al op voorhand is afgekaart met de oppositie, in ruil voor steun voor de belastingplannen.”