Huwelijksvermogensrecht II

Staat van aanbrengsten voldoet niet (altijd)

Vanaf 1 januari 2018 treedt de wet beperking wettelijke gemeenschap van goederen in werking. In mijn vorige bijdrage heb ik de belangrijkste uitgangspunten en consequenties uitgelegd. Eén van de speerpunten van deze wet is dat enkel tijdens het huwelijk verkregen vermogen (en voorhuwelijks gezamenlijk vermogen) in de gemeenschap van goederen valt. Voorhuwelijkse vermogen blijft privé, echter met uitzondering van voorhuwelijks gemeenschappelijk vermogen. Erfenissen en schenkingen blijven eveneens privé. Dit brengt dan met zich mee dat er uiteindelijk drie vermogens zijn, te weten: en huwelijksgemeenschap en het privévermogen van beide echtgenoten.

Vastleggen van vermogen is nodig

Zoals aangegeven blijft onder andere het vermogen dat er was voor het huwelijk privé. Hoe stel je na tien jaar huwelijk nu vast welk vermogen er voor het huwelijk was? Op het moment dat het huwelijk wordt gesloten zullen beide echtgenoten meestal nog wel weten welk vermogen er was. Naar mate de jaren verstrijken wordt dit steeds lastiger.

Het wordt dus van groot belang dat echtgenoten goed vastleggen welk vermogen ieder voor het huwelijk had. Overigens is het ook nu al gebruikelijk om dit te doen, maar dan alleen als partijen er voor kiezen om onder huwelijkse voorwaarden te trouwen. In dat geval wordt vaak een staat van aanbrengsten opgesteld. Hierop staat vermeld wat ieder aan privé bezittingen heeft en houdt.

Alleen een staat van aanbrengsten voldoet niet (altijd)

Recent is echter weer eens gebleken dat ook dit niet altijd afdoende is. Wat was de situatie? Partijen zijn onder het maken van huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd. Een schuldeiser van de man heeft beslag gelegd op diverse roerende zaken. In een procedure die volgt voert de vrouw aan dat deze zaken haar eigendom zijn. Zij verwijst hierbij naar de aan de huwelijkse voorwaarden gehechte staat van aanbrengsten. De voorzieningenrechter gaat hier echter niet in mee, om de volgende redenen. Er was sprake van een zogeheten periodiek verrekenbeding, dat niet door partijen was uitgevoerd. Zij hebben niet jaarlijks met elkaar afgerekend. Daarnaast hebben partijen niet ieder jaar vastgesteld welke goederen aan de vrouw toebehoren. Volgens de voorzieningenrechter was dan ook niet meer vast te stellen of de goederen waar beslag op gelegd was, dezelfde zijn als de goederen die genoemd worden op de staat van aanbrengsten.

Bijhouden van (registreren van) vermogen is belangrijker

Hieruit blijkt maar weer eens dat het niet alleen van belang is om goed vastleggen wat ieder aan privévermogen heeft, maar om ook daadwerkelijk deze lijst bij te houden. In de huidige praktijk van huwelijkse voorwaarden gebeurt dit echter zelden. Als het dan tot een scheiding komt dan levert dit vaak problemen op, met als consequentie dat ook de goederen die op de staat van aanbrengsten vermeld staan deel kunnen uitmaken van een gemeenschap tussen echtgenoten. Met name voor ondernemers die trouwen is het goed om - ondanks de roze wolk - zich bewust te zijn van de risico's van onnauwkeurigheid in het vastleggen van vermogen.

mr. N.P. (Natasja) Barské-Gelling
• www.bvd-advocaten.nl